Warming up:
Blok 1 – Dierenwereld (Motoriek, energie) 5 min
Duur: 5 min
Doel: Energie kwijt + motoriek
Organisatie:
- Vak ±12×12 m
- Geen bal nodig
- Iedereen verspreid
Uitvoering (afwisselen om de 30 sec):
- 🐻 Beer: handen + voeten over veld (handen op grond)
- 🐸 Kikker: grote sprongen vooruit
- 🦀 Krab: achteruit lopen op handen en voeten
- 🦩 Flamingo: balanceren op één been
- 🐆 Cheeta: korte sprints
Tips voor trainer:
- Fluitsignaal voor wissel
- Laat kinderen in vak blijven
- Stimuleer lage houding, kleine stapjes bij beer/krab
Blok 2 – Eigen bal, veel contact 5 min
Duur: 5 min
Doel: Balgevoel, motoriek, vrije dribbel
Organisatie:
- Iedereen 1 bal
- Zelfde vak
Oefeningen:
- Vrij drijven: bewegen met bal in vak
- Stop: bal stilleggen op signaal
- Draai: 360 graden om bal
- Indian dribble: snel tikje links-rechts langs bal
- Heen en weer: bal naar partner spelen in vak
Tips voor trainer:
- Begin rustig, verhoog tempo langzaam
- Kijk of kinderen de bal onder controle hebben
- Veel complimenten bij goed gedrag / goed stoppen
Oefening 1: Poortjespel
Organisatie:
- Maak tweetallen, per tweetal heb je 1 bal
- De spelers met de bal kunnen punten scoren door, door de poortjes te passen naar een teamgenoot
- Ze mogen niet twee keer achter elkaar door hetzelfde poortje mogen passen
- Om het moeilijker te maken voeg een verdediger toe. De verdediger mag een pass onderscheppen om de bal af te pakken.
Coaching punten:
- Stick wijst in de speelrichting
- Kies goed positie ten opzichte van de bal
- Probeer te mikken in de forehand van je medespeler
Oefening 2: Dribbelschietspel
Organisatie:
- Twee of drie spelers starten gelijktijdig met dribbelen naar de overzijde
- De verdediger probeert de bal af te pakken, lukt dat, krijgt hij één punt
- Als de spelers bij de gele pion aangekomen zijn, mogen ze scoren (passen-mikken) op één van de twee kleine doelen
- Nadat ze gemikt hebben op het kleine doel, halen ze de bal op en dribbelen ze via de buitenkant weer terug
- Na een bepaalde tijd wordt er doorgewisseld van verdedigers
- Om het moeilijker te maken, geef de spelers 1 bal in plaats van allemaal eigen bal zodat ze samen moeten spelen.
Coaching punten:
- Probeer tijdens het drijven de ruimte op te zoeken.
- Wijs met je stick na richting 1 van de goals
Oefening 3: Partij 3 tegen 3
Organisatie / uitleg:
- Er zijn 4 goals, verspreid over het veld
- Je verdedigt 2 goals en je valt aan bij 2 goals
- Twee teams van 3 kinderen spelen tegen elkaar
- Scoor in beide goals mag, balbezit is belangrijk
Coachingspunten:
- Drijven: blijf laag en controleer de bal goed
- Beschermen: lichaam tussen bal en tegenstander
- Vrijstaan: kijk steeds rond, zoek een vrijstaande speler
- Beweging: na passen bewegen naar ruimte
- Combineren: probeer korte samenwerkingen (bijv. 2 passes achter elkaar)
