Jongste Jeugd 09/10, week 16

Beschrijving

Oefening 1:

5 tegen 2 positiespel

Organisatie:

  • Als het vijftal de bal 10x heeft rondgespeeld heeft het 1 punt
  • Als de verdedigers de bal veroveren en de bal onder controle hebben (bal aan de stick), de bal uit het vak drijft of als het vijftal de bal uitschiet, krijgen ze 1 punt
  • Bij 3 punten voor het tweetal komen er twee nieuwe verdedigers

Oefening 2:

2 tegen 1 in vakken

Organisatie:

  • De aanvallers dribbelen het veld in en spelen 2 tegen 1 tegen de verdediger in het eerste rode vak
  • De verdediger mag alleen verdedigen in zijn eigen vak
  • Op het moment dat de aanvallers het volgende vak bereiken, spelen ze nogmaals 2 tegen 1 tegen de volgende verdediger
  • De aanvallers kunnen scoren op de twee doelen, de verdedigers kunnen scoren door de bal uit het vak te drijven.
  • Als de bal uit is of als er wordt gescoord, start er twee nieuwe aanvallers
  • Na twee minuten wisselen van verdedigers

Oefening 3:

Dribbel Slalom

Organisatie:

  • Eventueel meerdere organisaties uitzetten (vier spelers per organisatie)
  • Spelers dribbelen in een slalom om de pionnen heen en sluiten daarna weer achteraan
  • De volgende speler mag pas starten met dribbelen als de voorgaande speler voorbij de laatste pion is
  • Het eerste team wat volledig terug is wint. 

Oefening 4:

3 tegen 3 lijnhockey

Organisatie:

  • Beide teams kunnen scoren door de bal over de lijn van de tegenstander te dribbelen.
  • Bij een doelpunt, door wisselen van spelers.
  • Wissel na 1 minuut door als er nog niet is gescoord. 

Oefening 5:

4 tegen 4 met 2 grote doelen

Organisatie:

  • Beide teams kunnen scoren op een groot doel.